Opgave 01

Menno moet een verslag schrijven van zijn dagje uit naar het pretpark. Het verslag moet uit 4.000 woorden bestaan. Hij heeft nu een stuk geschreven van 2.453 woorden. Hoeveel woorden moet hij nog schrijven?


Opgave 02

Bella krijgt elke maand geld om kleren van te kopen. Deze maand krijgt ze € 70.-. Ze koopt een shirt van
€ 25,50 en een broek van € 34,89. Ook heeft ze nog een paar sokken gekocht van € 2,95. Hoeveel geld heeft ze nu nog over?


Opgave 03

Op schoolreisje gaan 150 kinderen mee. De leraar wil graag groepjes maken van 6 kinderen. Hoeveel groepjes kan de leraar maken?


Opgave 04

In een klas zitten 36 kinderen. Daarvan gaat 55% mee op schoolreisje. Hoeveel kinderen zijn dat afgerond?


Opgave 05

Hendrik verzamelt voetbalkaartjes. Hij heeft, aan het eind van 2012, 40 kaarten. Elke maand koopt hij 3 kaarten. Hoeveel heeft hij er eind 2013?


Bestel Kids4cito oefenboekjes
Oefenboekjes voor Cito- en Entreetoets